rechtbank veegt boete AP van tafel

Gisteren veegde de Rechtbank Midden-Nederland een boete van tafel die de Autoriteit Persoonsgegevens (‘AP’) aan VoetbalTV had opgelegd. Dit is de eerste keer dat een Nederlandse rechter zich uitlaat over een boete op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (‘AVG’).  

Wat was er aan de hand?

Het inmiddels failliete VoetbalTV was een internetplatform waarop amateurvoetbalwedstrijden werden uitgezonden. De AP is van mening dat VoetbalTV voor het maken van opnames en het uitzenden van voetbalwedstrijden geen geldige grondslag had en dus onrechtmatig persoonsgegevens verwerkte. Volgens de AP maakte VoetbalTV door de opnames inbreuk op de privacy van een groot aantal betrokkenen, onder wie veel minderjarige voetballers. De AP legde daarom een boete van € 575.000,- op.

Gerechtvaardigd belang

VoetbalTV is tegen het boetebesluit van de AP in beroep gegaan. Zij voert onder meer aan dat zij een gerechtvaardigd belang heeft om de persoonsgegevens te verwerken. De AP is het daar niet mee eens en stelt dat het enkel te gelde maken van persoonsgegevens nooit een gerechtvaardigd belang kan opleveren. De AP sluit daarmee aan bij haar eerdere normuitleg over de grondslag ‘gerechtvaardigd belang’.

Er moet aan drie voorwaarden voldaan zijn om een verwerking van persoonsgegevens op de ‘gerechtvaardigd belang’ grondslag te kunnen baseren (driestappentoets):

  1. Er moet sprake zijn van de behartiging van een gerechtvaardigd belang van de verwerkingsverantwoordelijke of van een derde (purpose test);
  2. De verwerking van de persoonsgegevens moet noodzakelijk zijn voor de behartiging van dat gerechtvaardigde belang (necessity test); en
  3. de fundamentele rechten en vrijheden van de bij de gegevensbescherming betrokken personen mogen niet prevaleren boven de belangen van de verwerkingsverantwoordelijke of derde (balancing test).

Over het eerste criterium zegt de AP in haar normuitleg, en later ook in de rechtszaak tegen VoetbalTV, dat de belangen van de verwerkingsverantwoordelijke of een derde pas kwalificeren als gerechtvaardigd als die belangen in (algemene) wetgeving of elders in het recht zijn benoemd als een rechtsbelang. De verwerkingsverantwoordelijke of derde moet zich volgens de AP op een (geschreven of ongeschreven) rechtsregel of rechtsbeginsel kunnen beroepen. Het enkel dienen van zuiver commerciële belangen en winstmaximalisatie zijn volgens de AP dan ook niet gerechtvaardigd.

Op deze strikte interpretatie van de ‘gerechtvaardigd belang’ grondslag door de AP volgde destijds al de nodige kritiek. Onder meer omdat in overweging 47 van de AVG ‘direct marketing’ wordt genoemd als mogelijk gerechtvaardigd belang en direct marketing bij uitstek commercieel van aard is. Dit speelde eveneens een rol bij de boete die de AP eind 2019 aan de tennisbond oplegde. Ook daar lijkt het laatste woord nog niet over gezegd. Hier kunt u daar meer over lezen.

Uitspraak van de rechtbank

In de procedure bij de rechtbank heeft de AP aangevoerd dat het belang dat VoetbalTV nastreeft met het verwerken van persoonsgegevens enkel een commercieel belang is, waarbij zij persoonsgegevens van anderen – waaronder veel minderjarigen – te gelde maakt. Dat belang is volgens de AP niet gerechtvaardigd. Omdat aan de eerste voorwaarde niet is voldaan, heeft de AP geconstateerd dat VoetbalTV onrechtmatig persoonsgegevens verwerkt en een boete opgelegd.

In haar uitspraak zet de rechtbank een groot kruis door de (norm)uitleg van de AP. Zij oordeelt dat het op voorhand categorisch uitsluiten van een bepaald belang als gerechtvaardigd, niet is toegestaan.

Wat haar gerechtvaardigd belang bij de verwerking van persoonsgegevens is, moet door de partij in kwestie zelf worden vastgesteld en daar moet ook feitelijk naar worden gehandeld, aldus de rechtbank. De verwerking van persoonsgegevens mag niet in strijd zijn met de wet en ook niet buiten het statutaire doel van de partij omgaan. Kortom: niet in strijd met het recht zijn. Het begrip ‘gerechtvaardigd belang’ dient vooral als buitengrens voor de beoordeling en niet als een drempel, zoals in de opvatting van de AP.

De rechtbank komt tot de conclusie dat de toetsing van de AP in dit geval uitgaat van een verkeerde interpretatie van het begrip ‘gerechtvaardigd belang’ en daarom in strijd is met artikel 6 (1)(f) AVG. Omdat de AP de verwerking van persoonsgegevens niet volledig heeft onderzocht en gestopt is bij de vaststelling dat VoetbalTV geen gerechtvaardigd belang heeft, is het boetebesluit niet voldoende zorgvuldig genomen en kan daarom naar het oordeel van de rechtbank niet in stand blijven.

De AP had volgens de rechtbank moeten bekijken wat VoetbalTV feitelijk doet en moeten bezien of de doelen overeenkomen met haar statuten en ook werkelijk worden behartigd door de verwerking van de persoonsgegevens. Als de AP was uitgegaan van de door VoetbalTV gestelde belangen (o.a. de vergroting van de betrokkenheid en het spelplezier van voetballiefhebbers en het kunnen uitvoeren van technische analyses voor/door trainers en analisten van voetbalclubs) had de AP wel een noodzakelijkheidstoets en belangenafweging kunnen verrichten.

De vraag of een partij een gerechtvaardigd belang heeft voor de gegevensverwerking dient op basis van deze uitspraak vooralsnog aan de hand van een negatieve toets te worden beoordeeld. Deze toets komt erop neer dat er geen belang mag worden nagestreefd dat in strijd is met de wet/het recht.

Wat betekent deze uitspraak in de praktijk?

Deze uitspraak is van groot belang. Tegenover de normuitleg van de AP staat nu een uitspraak van een rechtbank waaruit volgt dat het enkel dienen van een commercieel belang op voorhand niet kan worden uitgesloten als ‘gerechtvaardigd’. Dit biedt mogelijkheden voor organisaties die persoonsgegevens voor commerciële doeleinden willen verwerken.

Let wel: daarmee is nog niet gezegd dat ieder commercieel belang gebaseerd kan worden op de ‘gerechtvaardigd belang’ grondslag  als bedoeld in artikel 6 AVG. Daarvoor moet namelijk ook aan de overige twee criteria worden voldaan. Oftewel: de verwerking moet noodzakelijk zijn voor de behartiging van de door de verwerkingsverantwoordelijke/derde gekwalificeerde gerechtvaardigde belangen en de fundamentele rechten en vrijheden van de bij de gegevensbescherming betrokken personen mogen niet boven die belangen prevaleren.

Wanneer uw organisatie deze grondslag voor haar verwerkingsactiviteiten wilt gebruiken, zullen alle drie de stappen kortom met succes moeten worden doorlopen.

This site is registered on Toolset.com as a development site.